Wetenschap

Start Wat is nieuw Wetenschap Opinie Spiritueel Actueel Persoonlijk Reacties Links English

Andriette, B., Rossen, B. & Schuijer, J., Het seksuele gevaar; In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

De hier[...]beschreven gebeurtenissen speelden zich af tegen de achtergrond van een meer algemene discussie over seksuele contacten tussen volwassenen en jeugdigen die onder de bevolking, in de wetenschappelijke wereld en de bij de overheid werd gevoerd. Deze discussie leverde verklaringen voor de gedane beweringen over seksueel misbruik en bood tevens een basis voor overheidsoptreden.
Het ging in deze discussie over de frequentie van genoemde contacten
(deze zouden veel en wellicht zelfs steeds meer voorkomen), de gevolgen voor de jeugdige
(steevast zwaar traumatiserend en leidend tot levenslange psychische handicap) en de aard van de betrokken volwassenen (een onmiskenbaar pathologisch type, de "pedofiel", een begrip dat in de Amerikaanse verbeelding een buitengewoon huiveringwekkende strekking kreeg).

Bruinsma, F., De pedofiele relatie, Handboek kinderen en adolescenten, 19 januari 1993

Als een hulpverlener wordt geconfronteerd met een pedofiele relatie, dan is het zijn eerste taak te luisteren naar alle betrokkenen: de pedofiel, de jongere en diens omgeving. De belangen van de partijen kunnen verschillend zijn. Daarom is in eerste instantie van belang welke betekenis de jongere zelf heeft gehecht en ook nu nog hecht aan het pedofiele contact

Reactie: Gieles, F.E.J., Pedofilie, iets aparts?, NVSH Lwg JORis Nieuwsbrief nr 42, september 1996

In vrijwel het gehele artikel wordt 'de pedofiele relatie' ingevuld als 'een seksuele relatie' Dat klopt niet: in relaties waarin de volwassene bij zichzelf pedofiele gevoelens erkent, is lang niet altijd sprake van seks. Beide begrippen vallen niet samen. Je hebt pedofiele relaties en contacten met en zonder seksualiteit, je hebt pedoseksuele relaties of contacten met of zonder pedofiele gevoelens. Bruinsma noemt het onderscheid wel even, maar schrijft het gehele artikel over 'pedoseksuele relaties' en wel onder de titel 'De pedofiele relatie'.

Ernest, Lilian, Vriend of vijand? Over pedofilie en pedoseksualiteit; Scriptie Sociaal-Juridische hulpverlening; Hogeschool INHOLLAND, Rotterdam, 2005
Veel pedofielen gaan op maatschappelijk verantwoorde wijze met hun gevoelens om en zullen dan ook nooit een kind schade berokkenen. Helaas wordt er aan deze groep pedofielen nooit aandacht besteed in de media. Ik hoop dan ook met deze scriptie een ander beeld te hebben geschetst van de pedofiel en dat mensen zelf gaan nadenken in plaats van de media te volgen.

Frenken, J; Seksueel misbruik van kinderen. Aard omvang signalen en aanpak. Brochure, ministerie van Justitie ism NISSO, 2001. 

Nogal wat ouders maken zich ongerust en zitten met allerlei vragen. Waarom maken sommige volwassenen misbruik van kinderen? Hoe kunnen ouders en school signalen herkennen die mogelijk wijzen op misbruik? Wat kan de hulpverlening aan steun bieden aan slachtoffers? Wat doen politie, justitie en hulpverlening met de plegers? U vindt in deze brochure antwoord op deze en andere vragen op basis van feiten die ons uit wetenschappelijk onderzoek bekend zijn.

Geus, Petra de, De Brochure (1): Wat is seksueel misbruik van kinderen? in: De Nieuwe Sekstant, zomer 2001
In een serie commentaren bespreken we de onlangs verschenen brochure Seksueel Misbruik van Kinderen van het Ministerie van Justitie, en uitgevoerd door het NISSO (Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek).
Conclusie: de definitie van 'seksueel misbruik van kinderen' waarmee de brochure opent,
a) bevat een heel belangrijk element, nl. het criterium van (tegen)zin of ( on)macht van het kind,
b) maar vertoont verder zowel juridische als wetenschappelijke tekortkomingen.
We zullen zien wat dit voor de rest van de brochure betekent. (wordt vervolgd)

Geus, Petra de, De Brochure (2): Emotionele druk, dwang, overwicht. In: De Nieuwe Sekstant, Nummer 3, najaar 2001
In deze tweede aflevering aandacht voor de vraag hoe het zit met machtsmisbruik van kinderen. 

Geus, Petra de, De Brochure (3): Hoe oud is een kind? In: De Nieuwe Sekstant, Nummer 4, winter 2001

Geus, Petra de, De Brochure (4):  Het klachtvereiste In: De Nieuwe Sekstant, Nummer 1, voorjaar 2002. Deze tekst gaat in op het citaat uit de brochure: "Ook contact met een jongere tussen de twaalf en zestien is strafbaar maar de politie komt volgens het geldende recht alleen in actie als aangifte wordt gedaan en een klacht wordt ingediend door de jongere, de ouders of de Raad voor de Kinderbescherming."

 

Gieles, Frans, Seksuele ervaringen van kinderen nader onderzocht, Over het werk van Bauserman, Rind en Tromovitch, in: OK Magazine nr. 67, maart 1999

Bauserman cs wijzen op het eenzijdige, subjectieve en vaak emotionerende taalgebruik in veel onderzoeksverslagen. Wie alleen maar schrijft over 'slachtoffer' en 'dader', schrijft zichzelf naar een conclusie toe, ofwel bevestigt het oordeel dat er als was.[...]
We kunnen concluderen dat seksuele ervaringen als kind wel samen kunnen hangen met het latere welbevinden, maar we moeten er bij zeggen dat deze samenhang gering is. Veel groter is de invloed van de gezinsomstandigheden, met name van lichamelijke en geestelijke mishandeling en van verwaarlozing. Binnen de seksuele ervaringen is er verschil tussen de gewenste en de afgedwongen ervaringen. Bovendien is er verschil tussen jongens en meisjes. Bij de vrijwillige ervaringen van jongens is de effectomvang zelfs verdwenen.

Gieles, Frans E. J., Een Doorbraak in het Denken? Is pedofilie een ziekte? Discussie in Archives of Sexual Behavior - Een Verslag. Vertaald uit: Ipce Newsletter E15, March 2003.

Het december 2002 nummer van Archives of Sexual Behavior is een themanummer over pedofilie.
Richard Green houdt een pleidooi om pedofilie te schrappen uit het DSM, het Diagnostic & Statistical Manual - het Diagnostisch en Statistisch Handboek) het bekende handboek dat psychische ziekten definieert. Daaronder is ook pedofilie, zij het onder zekere voorwaarden. 
Gunter Schmidt schrijft dat niet alle pedofielen per se gewetenloze aanranders zijn; eerder hebben mensen met pedofiele gevoelens een gewetensprobleem, een moreel dilemma. Zij verdienen eerder respect dan veroordeling. Dan volgen 21 commentaren van andere auteurs, waarna Green en Schmidt weer reageren.
In dit artikel geef ik een verslag van deze discussie. Een doorbraak ik het denken? Of op zijn minst in de manier van discussiëren? 

Gieles, F.E.J., De strijd om de vrije wil, de feiten en de moraal   Het debat rond de publicaties van Rind, Bauserman & Tromovitch gaat door; een overzicht, 1997 - 2002 ; OK Magazine, januari 2003

Het gaat hier om onderzoek naar mogelijke schade door wat de schrijvers consequent en politiek correct seksueel misbruik van kinderen blijven noemen. OK schreef er al eerder over (in de nummers 63, 67, 69 en 70) en het debat is doorgegaan. We pakken de draad weer even op en bezien de laatste ontwikkelingen. Het debat is fel en gaat over twee zaken die in het debat vaak door elkaar heenlopen, maar die ik hier scherp uit elkaar wil houden: feiten en moraal.   

Gieles, Frans; Samenvatting van de inleidende lezing voor een forumgesprek over pedofilie voor de Utrechtse Faculteitsvereniging der Sociale wetenschappen Alcmaeon. 22 Januari 1997

Mij is gevraagd het forumgesprek over pedofilie in te leiden. Een veelbesproken onderwerp tegenwoordig, bepaald geen taboe meer; de media stonden er vol van het laatste half jaar, waarmee niet gezegd is dat het onderwerp daardoor beter bespreekbaar is geworden.  
Het doel van mijn inleidende voordracht is dit gesprek mogelijk en zinnig te maken. Daartoe zullen we het centrale begrip 'pedofilie' kritisch moeten bekijken.

Niemöller, Joost, Het dissociatiecircuit, De Groene Amsterdammer van 24 april 1996 
Slordige denkers die in vage netwerken hun gevaarlijke psychologische theorieën verspreiden. 
Dr. H.F.M. Crombag, co-auteur van 'Hervonden herinneringen en andere misverstanden', kan de opmars van de MPS-therapeuten niet langer aanzien. Een frontale aanval.

HET IS OPPASSEN geblazen met bezoekjes aan psychotherapeuten. Je kunt er vandaan komen met een geheel nieuw verleden. In toenemende mate - vooral in Amerika, maar ook in Nederland - staan de zogenaamde 'hervonden herinneringen' ter discussie. Na onder hypnose te zijn gebracht, raakt men er in toenemende mate van overtuigd misbruikt te zijn in de jeugd. Pijnlijke rechtszaken zijn daarvan het gevolg, waarbij ouders van ritueel misbruik en erger worden beschuldigd en hun toch al zo verwarde kinderen niet meer mogen zien. In Amerika spelen al tienduizenden van dergelijke zaken. 
H.F.M. Crombag, rechtspsycholoog en hoogleraar in Maastricht en samen met W.A. Wagenaar schrijver van het boek Dubieuze zaken, ziet geen enkele wetenschappelijke grond voor het bestaan van hervonden herinneringen. Ook aan de daarmee verbonden modeziekte Multipele Persoonlijkheidsstoornis, oftewel MPS, hecht hij geen geloof.

Oellerich, Thomas D., Rind, Tromovitch en Bauserman: politiek incorrect - wetenschappelijk correct; Uit: Sexuality & Culture, 4(2), 67-81 (2000)

Dit artikel behandelt de volgende twee kwesties. Ten eerste stel ik dat het idee dat seksuele gedragingen tussen volwassenen en minderjarigen 'nooit als onschadelijk mogen worden beschouwd' niet gebaseerd is op de beschikbare onderzoeksgegevens. Ten tweede steun ik het belang van een onderscheid tussen seksueel misbruik en seksuele activiteit die geen misbruik inhoudt, zowel in onderzoek als in de praktijk. Daarnaast legt dit artikel uit waarom een professionele organisatie, zoals de APA, ervoor kiest om zich te distantiëren van het onderzoek van Rind c.s. Tenslotte geef ik aanbevelingen met betrekking tot de omgang met het probleem van seksuele activiteit tussen volwassenen en minderjarigen.

Okami, Paul, Hoe in de Amerikaanse wetenschappelijke literatuur seksuele contacten tussen volwassenen en kinderen worden vertekend, In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuier, verschenen bij Swets en Zeitlinger.

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op bepaalde tendensen in dat deel van de victimologische literatuur dat ook wel wordt aangeduid als het nieuwe onderzoek van incest en seksueel misbruik van kinderen. Typerend voor de auteurs van dit soort artikelen waaronder onderzoekers en klinisch psychologen, maar ook politieke activisten en populaire schrijvers is dat zij polemische kunstgrepen en onderzoeksmethoden hanteren die de grens tussen sociale wetenschap en maatschappijkritiek doen vervagen. De meeste van deze schrijvers beschouwen zichzelf niet alleen als sociaal-wetenschappers maar ook als maatschappijcritici. Herhaaldelijk komt in hun werk de moraalridder om de hoek kijken en hun gedrag komt in veel opzichten overeen met wat Becker aanduidt als zedenpredikers (moral entrepreneurs).

Hun artikelen zijn doorspekt met subjectieve en niet-geverifieerde veronderstellingen met betrekking tot jeugdervaringen en seksualiteit. Seksueel gedrag wordt in het algemeen voorgesteld als een bijzonder verraderlijk gebied waartegen met name kinderen, maar ook volwassen vrouwen, dienen te worden beschermd. Mannelijke seksualiteit wordt veroordeeld vanwege haar in wezen roofzuchtige en uitbuitende aard. Heteroseksuele relaties worden gekarakteriseerd als vrijwel per definitie antagonistisch en zij worden geanalyseerd binnen politieke modellen die machtsongelijkheid op grond van sekse en leeftijd beklemtonen.

Palmen, Désiré, Pedofilie, het niet te accepteren 'anders' zijn?  Een ethische beschouwing op grond van wetenschappelijke gegevens; (Student) Begeleider: Prof. Dr. E. Brugmans
Paper in het kader van de éénjarige beurs filosofie van de Radboudstichting. Juni 2001  

Via dit paper is gepoogd om meer inzicht te geven in de verschillende ideeën die er heersen over pedofilie. Zowel aan de kant van de maatschappij, als aan de kant van de pedofiel zelf. Beide visies zijn beschreven, geanalyseerd en waar nodig weerlegd en genuanceerd. Na het lezen van dit stuk zouden beide 'kampen' moeten inzien dat zij samen, met de overheid, collectief verantwoordelijk zijn voor in ethisch opzicht, de best mogelijke omgang met het thema pedofilie.

Binnen deze 'ideale' omgang moeten steeds twee aspecten in de weegschaal worden gelegd:

1. De bescherming van kinderen

2. Het respect voor de pedofiel  

Reactie van een respondent op het werkstuk van Désiré Palmen

Ik denk dat het onderzoek van Désiré Palmen over het algemeen best nuttige conclusies opgeleverd kan hebben, behalve nou juist waar het gaat om de relaties tussen kinderen/jongeren en volwassenen. Even een paar kanttekeningen:

Plummer, Ken, Een sociologische kijk op pedofilie, uit het Engels vertaald door Edward Brongersma
Ik wil drie van de stellingen die sociologen hebben toegepast op gegevens over homosexualiteit, uiteenzetten, en kijken of die nu ook toegepast kunnen worden op pedofilie:

het afwijkend gedrag tot iets betrekkelijks maken, (deel 1)

het afwijkend gedrag vermenselijken, (deel 2)

het afwijkend gedrag als iets normaals afschilderen. (deel 3

Rademakers, Jany & Kerkhof, Martijn P.N.,  'Seksuele ervaring maakt jongeren liberaler', Jany Rademakers over kinderseksualiteit, in: 0 | 25, october 1999

'Kinderen hebben ontegenzeglijk seksuele gevoelens. Mensen willen daar vaak niet aan. Maar de drie grondelementen van seksualiteit - gender, intimiteit en lichamelijkheid - blijken ook van groot belang in het leven van kinderen,' stelt Rademakers, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO).

Rind, Bruce, De seksuele ervaringen van homo- en biseksuele tienerjongens met mannen, Een empirisch onderzoek naar psychologische samenhang in een niet-klinische steekproef, In: Archives of Sexual Behavior, jaargang 30, nummer 4, augustus 2001; Oorspronkelijke titel: ‘Gay and Bisexual Adolescent Boys’ Sexual Experiences With Men: An Empirical Examination of Psychological Correlates in a Nonclinical Sample’

In de loop van de laatste vijfentwintig jaar is het incestmodel, met zijn voorstelling van hulpeloze slachtoffers die worden uitgebuit en getraumatiseerd door machtige daders, de opvattingen over zo goed als alle vormen van seks tussen volwassenen en minderjarigen gaan overheersen. Daarom worden zelfs gewenste seksuele relaties tussen homo- of biseksuele jongens en volwassen mannen, die in verscheidene belangrijke opzichten verschillen van incest tussen vaders en dochters, algemeen door het grote publiek en door beroepsmatig betrokkenen beschouwd als traumatiserend en psychisch schadelijk. 

Dit onderzoek bekeek deze algemene opvatting door een niet-klinische, merendeels uit studenten bestaande, steekproef van homo- en biseksuele mannen te onderzoeken.

[..] We moesten maar een ander model zoeken, dat ook ruimte biedt aan het vastgestelde feit dat tienerjongens doorgaans neutraal of positief reageren op leeftijdsongelijke seksuele relaties die zij vrijwillig zijn aangegaan met volwassenen van het geslacht van hun voorkeur.

Rind, Bauserman en Tromovitch weigeren te zwichten; De ijzersterke verdediging van een veroordeeld onderzoek, Door Chris in Koinos Magazine # 32, 2001/4

Er is een schok gegaan door het terrein van onderzoek naar wat te boek staat als ‘seksueel misbruik van kinderen’ (SMK; in het Engels child sexual abuse of CSA) met de komst van hernieuwd grondig objectief onderzoek naar, en vlijmscherpe analyses van, de huidige en recent-historische stand van zaken.

Rind, Bruce, Bauserman, Robert & Tromovitch, Philip, Een Onderzoek Naar de Veronderstelde Eigenschappen Van Seksueel Misbruik van Kinderen Gebaseerd op Niet-klinische Steekproeven, Lezing, gehouden in Rotterdam op 18 december 1998

De resultaten van onze onderzoeken tonen aan dat de opvattingen van de deskundigen uit de geestelijke gezondheidszorg, vertegenwoordigers van politie en justitie, de media en het publiek - dat seksuele relaties die als SMK bestempeld worden intense schade tot gevolg hebben, op grote schaal voorkomen en voor jongens even ernstige gevolgen hebben als voor meisjes - schromelijk overdreven zijn. Deze overdrijvingen maken onderdeel uit van een nieuwe manier van zwart-wit denken, die alle grijstinten ontkent. Deze manier van denken bevordert op haar beurt hysterische reacties, die in Amerika vanaf het begin van de jaren tachtig maar al te vaak zijn voorgekomen. [...]
Het is belangrijk dat de maatschappelijke discussie rondom gedragingen die als SMK bestempeld worden op rationele basis gevoerd wordt, en met enkel door emoties wordt gedreven. Anders is het heel wel mogelijk dat problemen [...] zullen blijven voortbestaan.

Rind, Bruce, Bauserman, Robert & Tromovitch, Philip, De veroordeelde meta-analyse over seksueel misbruik van kinderen. In: Skeptical Inquirer, juli/augustus 2001

In juli 1999 publiceerde het prestigieuze vakblad Psychological Bulletin onze analyse van negenenvijftig onderzoeken naar de psychologische correlaten van seksueel misbruik van kinderen (SMK) (Rind, Tromovitch en Bauserman 1998). Al gauw kregen wij een onverwachte eer: ons artikel werd unaniem veroordeeld door het Amerikaanse Congres. In de nasleep publiceerde Skeptical Inquirer twee commentaren, waarvan er één het Congres laakte (Berry en Berry 2000) en één ons onderzoek (Hagen 2001). Wij zouden graag onze eigen gedachten presenteren over deze verbluffende geschiedenis van politiek, druk en maatschappelijke hysterie – de antithesen van kritisch en sceptisch denken.

Rivas, Titus, Cirkelredeneringen en kategoriefouten in de afwijzing van vrijwillige intieme relaties tussen volwassenen en kinderen 

Helaas lijken een heleboel mensen ervan overtuigd dat als je onderkent dat er seksueel misbruik van kinderen bestaat, je DUS automatisch ook zou moeten onderkennen dat er helemaal geen positieve close platonische vriendschappen of erotische relaties tussen volwassenen en kinderen buiten de eigen familie (kunnen) bestaan. Dat is natuurlijk net zo logisch als dat het bestaan van verkrachting van vrouwen door mannen zou bewijzen dat er geen liefdevolle, vrijwillige relaties tussen vrouwen en mannen bestaan. Gelukkig zien veel mensen wel in dat deze manier van denken niet deugt als je hen daarop wijst. Dat neemt niet weg dat er nog een aantal andere denkfouten meespeelt wanneer het gaat om het onderwerp close vriendschappen en erotische relaties tussen minderjarigen en meerderjarigen. Daar besteed ik aandacht aan in dit artikel.

Rossen, Benjamin & Schuijer, Jan, Zedenpolitiek in Nederland - In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

[...] De ontwikkelingen in het overheidsbeleid in Nederland en de Verenigde Staten tonen enkele belangrijke parallellen, zij het dat Nederland enkele jaren op de VS achterloopt. De grote lijn in die ontwikkeling was als volgt. 
[...] In dit verband wordt ook opgemerkt dat Nederland relatief sterk openstaat voor nieuwe ontwikkelingen in Noord-Amerika.
[...] Wanneer bij vermoeden van seksueel misbruik geconcludeerd moet worden dat een strafrechtelijke afhandeling daarvan zich niet verdraagt met de bestaande beginselen van rechtszekerheid, is te vaak de reflex dat dan de bestaande rechtsregels maar wat moeten lijden.
Algemene rechtsbeginselen worden dan gezien als een menukaart, waarvan men naar hartelust die principes kan selecteren die op het gegeven moment politiek goed uitkomen, en waarvan men de andere kan veronachtzamen.
Uiteindelijk zal zo geen rechtsbeginsel meer veilig zijn.

Schuijer, Jan, Rossen, Benjamin & Andriette, Bill, De constructie van de volksduivel - In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

Nederland heeft een lange traditie in de bestrijding van discriminatie en het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid wordt vermeld in artikel van de Grondwet. Dat voor "pedofielen" geen gelijke rechten en plichten zouden gelden als voor andere burgers was niettemin voor een grote Kamermeerderheid vanzelfsprekend. 
Waar wetsvoorstellen oorspronkelijk een verbod op discriminatie wegens "seksuele gerichtheid" beoogden, werd dit laatste al snel veranderd in "homoseksualiteit" of "hetero- of homoseksuele gerichtheid", met al; bedoeling, discriminatie op grond van pedofilie mogelijk te blijven maken.