Start Omhoog

HANLO


Boudewijn Büch
Uit: “Literair omreizen: een idioticon”, Uitgeverij Guus Bauer, Amsterdam
1983


Van het strafrecht begrijpen wij niets. Rechters lijken ons beklagenswaardige typen, advocaten meer iets van de duivel en straffen bepaald onzinnig. Seksuele misdadigers kunnen rekenen op onze liefde. Aan sex kan immers nooit iets misdadigs zijn. Terecht gaat, onder andere de Franse, gepassioneerde crimineel vrijuit.

Laten wij voor de aardigheid nu eens een 'misdaad' bestuderen die op 10 juni 1962 te Zandvoort plaatsgreep. Verdacht H. moet daar - volgens de _Nederlandse Jurisprudentie_ (1964, bladzijden 234-238, het betreft No. 108) - 'op 10 juni 1962 te Zandvoort langs het racecircuit, toen hij samen met getuige H.R. in een strandstoel zat, ter bevrediging van zijn sensuele gevoelens de knoopjes van de blouse van genoemde getuige hebben losgemaakt, hem aan diens blote lichaam over de linkerborst en tepel hebben gestreken en onder de linkeroksel hebben gestreeld, hem hebben gezoend en hem schat hebben genoemd.'  Verdachte H. werd op 6 september 1962 schuldig bevonden door de Haarlemse rechtbank. In hoger beroep bleef verdachte schuldig en werd veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf waarvan één voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Verdachte H.'s leven was reeds eerder met het geluk in de knoei gekomen. Hij verbleef in het gekkenhuis te Heiloo en verliet dit 'op zijn vroegst eind 1947 of begin 1948'. Dit staat tenminste in een nawoord van Adriaan Morriën op een postuum uitgegeven boek van verdachte H.: _Zonder geluk valt niemand van het dak_ (Amsterdam 1972). Doch ook de kliniek van de VU, de Valerius, kon verdachte H. onder zijn clientèle rekenen.  Verdachte H. was pedofiel. De jongen H.R., waarvan zojuist sprake was, volgens een 'proces-verbaal van E.P., hoofdagent van de gemeentepolitie te Zandvoort d.d. 22 juni 1962 voor zover inhoudende als tegenover verbalisant afgelegde verklaring van J.M.R., dat zijn zoon H.R. op 13 juni 15 jaar oud  - heeft na de vrijerij - 'toen zij samen in de strandstoel zaten, gehuild'.

Men moet het relaas in de Jurisprudentie zelf maar nalezen om te begrijpen hoe onsmakelijk onze rechtsorde kan zijn. Bijvoorbeeld in de latere overwegingen van de Hoge Raad, die de cassatie van verdachte H. verwierp: 'toen hij de jongen onder diens kleding op en nabij diens borst streelde, oneerbaar en ontuchtig handelde en dat zijn handeling derhalve was een ontuchtige handeling in de zin der wet.' Kortom: toen alle juridische mogelijkheden waren uitgeput moest verdachte H. gewoon een maandje in de nor.

In de Jurisprudentie heet verdachte, met initialen, volledig: J.B.M.R.H. Het werd ons, en misschien enkele andere lezers nù, al spoedig duidelijk dat het hier de schrijver Jan Hanlo betrof. Zijn straf heeft hij overigens al ruim uitgezeten in voorarrest. Volgens Jan Schurgers, columnist in het nieuwsblad _Het Land van Valkenburg_, zat hij op 8 juli 1962 nog steeds in het Huis van Bewaring te Haarlem. (Nota bene: het misdrijf vond een maand eerder plaats.) De columnist verzamelde later zijn stukjes over Hanlo in een nietig boekje _Jan Hanlo_ (Valkenburg z.j.). Hanlo heeft jarenlang in Amsterdam gewoond, gestudeerd en op bijzonder moeilijke wijze liefgehad. Na zijn opnames in gekkenhuizen, moet zijn veroordeling op 7 januari 1963 van de 'Vijfde Kamer, Hof te Amsterdam' wel de meest droeve slag in zijn leven zijn geweest. De zitting in Amsterdam was niet openbaar. Het al of niet openbare was een van de redenen dat Hanlo's advocaat cassatie aanvroeg. Voor de Hoge raad werd uitvoerig geredetwist over het feit of 'een bevel tot sluiting der deuren te juister tijd werd gegeven en de deuren werden gesloten'. Het mocht niet baten. Het Amsterdamse Gerechtshof had een juiste straf uitgedeeld. Het feit dat Hanlo de knul 'schat' had genoemd was zo ongeveer het definitieve bewijs voor de smeerpijperij.

Hanlo was reeds voor zijn misdrijf teruggekeerd naar zijn Limburgse veste Valkenburg. Dat hij echter regelmatig naar Amsterdam en omstreken kwam, bewijst alleen al zijn vrijerij te Zandvoort in 1962. Zelf moeten wij hem in 1968 aantreffen op het oervervelende Boekenbal dat toentertijd in de hoofdstad werd gegeven.

Hanlo bleef ook na zijn veroordeling moeilijkheden hebben en houden met de sterke arm. Naar verluidt zou hij ook voor de fatale 10 juni 1962 al eens met de bewaker der zeden in de clinch hebben gelegen. In de laatste jaren van zijn leven dacht hij verstandig te zijn en een Marokkaanse jongen in huis te nemen. Uiteraard niet verstandig; hij had beter een huis in Marokko kunnen nemen. Hij nam het jongetje Mohammed mee naar Nederland en moest vervolgens de ellende van een uitwijzing der Jonge Prins ervaren. Hoe hij Mohammed verwierf in Afrika heeft hij zo ingetogen-mooi beschreven in zijn, ook al postume _Go to the mosk_ (Amsterdam 1971).

Op 16 juni 1969 kwam er een einde aan het leven van de zevenenvijftigjarige Hanlo. Hij reed zich dood op zijn motorfiets. Nog steeds fluisteren intimi zelfmoord. Wim Hazeu schreef in _Jan Hanlo, achterwaartse blik op een uniek solist_(Den Haag 1971): 'Wie op zoek gaat naar literatuur óver Jan Hanlo, verbaast zich over het weinige materiaal'. Dat is zeker waar en juist daarom schrijven wij deze kleine bijdrage tot de juridische geschiedenis van Hanlo die wij tot nu toe niet eerder in de (kleine) Hanlo-literatuur mochten aantreffen. Een andere reden is het feit dat de uitspraak t.a.v. Hanlo (omdat hij in de jurisprudentie terecht is gekomen) er nog steeds voor zorgt dat pedofielen het nog moeilijker kunnen krijgen dan ze het reeds hebben. Een knoopje, een oksel en 'schat' zeggen, kan een leven vernietigen.

Voor het overige neemt men algemeen aan dat Hanlo bepaald een onplezierige man was die een middelmatig oeuvre bij elkaar schreef. Vlak na zijn dood kondigde Van Oorschot _De Brieven van Hanlo_ aan. Ruim een decennium later zijn ze er nog niet. Wij doen het dus maar met de drie brieven die wij zelf bezitten. 

Start Omhoog