mei 2002
Vlaanderen spaart, net als vele andere
windstreken, kosten noch moeite om zichzelf een modern, positief en vooral
kindminded imago aan te meten. Met kinderen kan je scoren: dat lijkt zowat
iedere machtswellusteling vandaag de dag begrepen te hebben.
Pedo's zijn de "slechten", zij begaan immers de misdaad van
kinderen te houden, en pedofoben zijn dan natuurlijk onvermijdelijk de
"goeden", die de kinderen tegen de verdorven liefde van pedo's
"beschermen". Zo simpel is het vandaag de dag allemaal geworden. De
logica van het gezonde Vlaamse boereverstand, die blijkbaar in zowat de hele
wereld navolging heeft gekregen.
In deze gulle tijdsgeest kwamen de kinderrechten
tot stand. Op zich een uitermate goede zaak, ware het niet dat die rechten in de
praktijk een enorme farce blijken te zijn. Wie over rechten denkt te beschikken
denkt natuurlijk in de eerste plaats aan zelfbepaling, aan het feit dat anderen
niet zomaar met jou kunnen doen wat ze willen. Zo denken ook de kinderen en
jongeren die heden ten dage op elke straathoek wel een folder of een boekje
aantreffen dat uitgebreid hun rechten etaleert. Het is feest in
minderjarigenland, en kinderen zijn wel degelijk met hun rechten bezig, daar ben
ook ik in mijn dagelijkse bezigheden getuige van. Helaas komt na het feest ook
al gauw de ontnuchtering. Er zit namelijk een klein maar giftig addertje onder
het gras: de rechten blijken in de praktijk niet afdwingbaar te zijn, wat
inhoudt dat volwassenen zelf bepalen of ze iets met die rechten doen of er
gewoon ongegeneerd hun laars aan afvegen. Vooral dat laatste geschiedt
natuurlijk.
Ik was in dit verband getuige van een klein,
maar tekenend tafereeltje. Eén van de kinderen wiens welzijn ik behartig
bekloeg zich, op de heenweg naar een begeleidend centrum dat over het
kinderwelzijn dient te waken, tegenover een lotgenoot over het feit dat ze niet
vrijelijk haar godsdienstkeuze mocht bepalen. Zelf wenste ze op school zedenleer
te volgen, maar haar ouders drongen haar al jarenlang tegen haar uitdrukkelijke
wil in hun eigen rooms katholieke geloofsovertuiging op.
Op de terugtocht bleek de aanhoorder van haar
klachten, een elfjarige jongen, in de wachtkamer van het welzijnscentrum een
boekje te hebben gevonden dat de kinderrechten bevatte, en het duurde dan ook
niet lang voordat ik hem vol overtuiging tegen zijn vriendinnetje hoorde zeggen
dat haar ouders niet het recht hadden om haar tot een ongewenste
geloofsovertuiging te dwingen. Daar stond het immers zwart op wit: haar
persoonlijke godsdienstkeuze was haar eigen fundamentele recht.
Gewapend met deze argumentatie trok het meisje dat van haar persoonlijke levenskeuzes beroofd werd naar haar ouders, en er ontspon zich een verhitte discussie. De ontknoping van het gebeuren bereikte me vandaag.
Blijkbaar hebben de uitvinders van het kinderrechtenimago, want voorlopig is het inderdaad niet meer dan een imago, intussen ook begrepen dat kinderen die rechten wel degelijk serieus nemen, waardoor de kinderrechten als een boomerang terechtkomen in het gezicht van diegenen die er enkel en alleen hun beschadigde imago mee wilden opkrikken. Het is bij sommigen duidelijk nooit de bedoeling geweest om kinderen effectief rechten te geven die zij zouden kunnen aanwenden om zichzelf te beschermen tegen onderdrukking en geweld, en het vervolg van de farce liet dan ook niet lang op zich wachten.
Als
tegenprestatie kwamen de ouders van het meisje, die eveneens via datzelfde
welzijnscentrum begeleid worden, aanzetten met een soortgelijk boekje dat
handelde over de naleving van de kinderrechten. In dat boekje stond dat de
kinderrechten inderdaad bestonden, maar dat ouders niet verplicht waren deze na
te leven, en daarmee was de kous af.
Resultaat: een gefrustreerd kind dat zich, niet
helemaal onterecht, vastbijt in de gedachte dat de volwassen wereld uit
huichelaars en bedriegers bestaat, die met de mond vanalles prediken dat ze met
de daad niet waarmaken. Machtswellustelingen die de wetten kneden naarmate ze
henzelf goed uitkomen. Die wetten dienen niet de belangen van de kinderen, maar
louter en alleen de eigen belangen van de heersende volwassen klasse. Ze
bevestigen de gehechtheid aan macht en onderdrukking, en als er al wat veranderd
is sinds de intrede van de kinderrechten, dan is het gewoon dat volwassenen het
voor zichzelf nog moeilijk goedgepraat krijgen dat ze kinderen met bruut geweld
onderdrukken, en dat ze dus slinksere wegen zoeken om hen hun wil op te dringen.
Wat is het recht op "nee" zeggen immers waard, als dat woord alleen mag, nee, zelfs moét uitgesproken worden in verband met seskualiteit, en niet in verband met onderdrukking en geweld. Wat is het recht op "nee" zeggen waard als je geen "ja" mag zeggen? Dat is geen recht, maar een verplichting. Een verplichting om te beantwoorden aan de eisen en verwachtingen van de volwassen wereld die met de eigen seksualiteit nog zodanig in de knoop ligt dat hij in het verlengde daarvan de seksualiteit van minderjarigen ontkent. Niet alleen pedo's, maar ook jongeren zelf worden op die manier het slachtoffer van het algemeen onvermogen om op een gezonde manier met gevoelens, ook met seksuele gevoelens dus, om te gaan. En net daar zit het probleem.