Start Omhoog


Kinderporno, pedofilie en tienerseks

De Groene Amsterdammer van 1 februari 1995

Seksuele vrijheid, ook voor kinderen. Dat is een verworvenheid van de jaren  zestig. Èn van de in 1991 aangebrachte wijziging in de zedelijkheidswet. Die wet staat nu opnieuw ter discussie. De voors en tegens.

door Pauline Bax

 
'De weerstand tegen het voorstel om het bezit van kinderporno onder de strafwetgeving te laten vallen, is gebaseerd op de angst dat de politie een stok in handen zal krijgen om fotootjes van naakte kinderen op te sporen.  Nou, daar heb ik helemaal geen zin of interesse in', zegt projectleider Jaap Hoek. Over wat wel en geen porno is kun je eindeloos discussiëren, meent  hij. 'Dan kom je terecht in het schemergebied tussen een pikje dat stijf of  half stijf staat.' Persoonlijk vindt Hoek dat je geen foto's van blote  kinderen moet maken, zeker niet als het je eigen kinderen niet zijn. 'Je kunt je afvragen in hoeverre die kinderen in staat zijn daarvoor toestemming te geven.' Jaap Hoek gaat ervan uit dat kinderpornoproducenten doorgaans pedofiel zijn.  De 'opa-figuur', de man die zich tot kinderen aangetrokken voelt en graag  voor oppas speelt, laat hij buiten beschouwing. De overige pedofielen zijn  volgens hem mannen - soms vrouwen - die kinderen seksueel misbruiken. Hij deelt ze in drie categorieën in. Om te beginnen de mannen die in de seksuele  omgang met kinderen geen geweld gebruiken, maar hun grenzen niet kennen: 'De  geweldloze pedofiel verzamelt kinderen om zich heen en wil het liefst een beetje aan pikkies zuigen en trekken. Vervolgens zegt hij: het kind heeft erom gevraagd. Maar hij beleeft er zelf plezier aan en een kind van zeven, acht, negen jaar is daar nog niet aan toe.' Dan zijn er, aldus Hoek, de 'geweldenaars', die seksueel handelen alsof het kind een volwassene is. 'Kan onder geen voorwaarde.' En tenslotte zijn er degenen die niet in staat zijn relaties op te bouwen met volwassenen: 'Een categorie die gebiologeerd raakt door kinderen van bijvoorbeeld zeven jaar. Daarbij is het een nadeel dat
zo'n kind wordt weggegooid als oud vuil zodra het een bepaalde leeftijd heeft bereikt.' Als je veronderstelt dat iedereen van kinderen houdt, zegt Hoek, zijn we allemaal pedofiel. De term 'pedoseksueel' acht hij daarom toepasselijker.

'HET IS HELEMAAL niet duidelijk of de mannen die tot nu toe ''opgerold''  zijn, op kinderen vallen of hen gebruiken als een soort porno-instrument. De  mannen die kinderporno maken, worden er echt niet geil van. Toevallig ken ik  er een paar van dat zogenaamde netwerk en dat zijn absoluut geen pedofielen.  Het zijn wèl schurken die gebruik maken van de machteloze kant van  kinderen', zegt klinisch-psycholoog Lex van Naerssen. Hij is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en treedt vaak op als deskundige in rechtszaken over seksueel misbruik. 'Amsterdam is nu erg streng, maar dat is lange tijd anders geweest, je kon zo een jongetje van dertien krijgen. Dit is voor de jeugd- en zedenpolitie natuurlijk een prachtmiddel om aan te tonen dat ze weer nodig zijn. Nederland is geen erger pornoland dan andere landen en het heeft ook geen overdreven aantal pedofielen, al zijn de cijfers over seks met kinderen tussen de twaalf en zestien onbekend, omdat de betrokkenen meestal hun mond houden. Hun actie heeft in ieder geval veel  invloed: het bezoekersaantal op de open avonden van de afdeling pedofilie en  jeugdseksualiteit van de NVSH zijn in zes maanden bijna gehalveerd. Een klein deel van mijn cliënten is psychisch gestoord en zo geremd in de  omgang met volwassenen dat ze het makkelijker vinden met een jonge jongen om  te gaan. Sommigen zijn erg verward over zichzelf en hebben een seksueel  identiteitsprobleem. Ze weten niet of ze pedofiel zijn.' Hoewel deze mannen graag een volwassen partner zouden hebben, gaan ze toch het liefst met jonge kinderen om. Maar Van Naerssen behandelt ook mannen die hij uitdrukkelijk  als niet-pedofiel classificeert. Zij voelen zich aangetrokken tot meisjes of  jongens omdat hun eerste seksuele ervaringen met leeftijdsgenootjes zo goed  zijn bevallen. Dan gaat het niet om pre-puberterende maar om geslachtsrijpe  kinderen tussen de twaalf en zestien jaar. 'Ze denken gewoon: ''meer van  hetzelfde''.'
Volgens Van Naerssen suggereert de term pedofilie ten onrechte een  afwijkende psychologie van seks. Pedofielen hebben een afwijkende sociologie ten aanzien van kinderen, geen afwijkende psychologie. 'Als je per se een pathologische term wilt gebruiken: het zijn eerder sociopaten dan  psychopaten.' De term pedofilie kan beter helemaal afgeschaft worden, zegt Van Naerssen. 'Het recht kent ''pedofilie'' niet, het recht kent ''ontucht''  of ''seksuele handelingen met...''. Je moet een term gebruiken in de enige context waar die hoort, namelijk de psychologisch-psychiatrische, en dus niet in de wettelijke context, zoals nu gebeurt.'

THEO SANDFORT is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor de Seksualiteit (NVVS) en heeft als getuige-deskundige gefungeerd bij rechtszaken tegen mannen die seksueel contact met kinderen hebben gehad. De NVVS heeft geen officieel standpunt over de kinderpornokwestie omdat onderling de meningen te zeer verschillen. Sandfort spreekt derhalve op persoonlijke titel. Zoals iedereen stelt hij voorop dat te allen tijde moet worden voorkomen dat kinderen misbruikt worden voor de produktie van porno. Maar: 'In de jaren zeventig moest alles kunnen, nu neigt de algemene opinie over pedofielen naar het andere uiterste. Ik voel af en toe tussen de regels door dat met het vervolgen van kinderporno ook de verlangens naar kinderen moeten worden uitgebannen. Nou, dat kan je wel vergeten: het maakt deel uit van ons seksuele verlangenspatroon. De een heeft het niet, de ander heel sterk. Ik denk dat we er als samenleving aan moeten wennen dat kinderen seksueel aantrekkelijk kunnen zijn. Je moet kijken naar de omstandigheden waarin een contact tot stand komt, hoe een kind zich daarbij voelt, of het de ruimte krijgt. Manipulatie is natuurlijk te allen tijde uit den boze.' Allemaal goed en wel, zegt F. Jonker, maar als volwassenen beweren dat het zo goed is voor een kind om zich met een ouder iemand op seksueel gebied te ontwikkelen, wil hij dat weleens gestaafd zien. 'Ik denk dat iedere vorm van machtsongelijkheid waarbij het belang van het kind niet voorop staat, onjuist, verwerpelijk en schadelijk voor het kind is. Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat het heilzaam zou zijn.' De projectleider van de zedenpolitie, ten slotte, zegt dat de seksuele bevrijding van de jaren zeventig te ver is doorgeschoten. Een kentering in het gedachtengoed waar de NVSH en mensen als Sandfort en Straver voor op de bres hebben gestaan, ziet hij graag tegemoet. In de woorden van Hoek klinkt de opvatting door dat volwassenen altijd van kinderen moeten afblijven: 'Juist tussen de twaalf en de zestien jaar begint de puberteit en ontwikkelt een kind zijn seksualiteit. Ik bestrijd het dat volwassenen daar richting  aan geven.' Daarom vindt hij dat het 'klachtvereiste' - het eerder vermelde
onderzoeksobject van het Verwey-Jonker Instituut - best bijgesteld mag worden: 'Je zou kunnen zeggen: tot zestien jaar is seksueel contact strafbaar, tenzij het kind afziet van een rechtsvervolging.' Van Naerssen is het daar niet mee eens. 'De politie klaagt veelvuldig dat de opsporing van misbruik bemoeilijkt wordt, maar het was nou net de bedoeling  van de wetswijziging van 1991 dat ze niet na elke tip meteen een inval zou doen.' Schrap het klachtdelict in z'n geheel en maak verkrachting en  aanranding leeftijdsafhankelijk, zegt de klinisch-psycholoog. 'Ik heb ooit gedacht: schaf de leeftijdsgrens af, maar de sociale situatie is nog zo dat kinderen lang gebonden zijn aan het gezin en een sterke verhouding met hun ouders hebben. Het probleem is dat er een maatschappelijk onduidelijke
situatie voor kinderen van twaalf jaar en ouder is met betrekking tot autonomie en afhankelijkheid. Er heerst nog altijd een ontzettende  onzekerheid over hoe we met de seksualiteit van jongeren moeten omgaan.  Zodra kinderen een jaar of dertien zijn, begint het gezeur: hoe vaak mogen ze uit, hoeveel zakgeld krijgen ze, hoe laat moeten ze thuiskomen. Het grootbrengen door kleinhouden is onveranderd de norm. Sommige kwesties moet je niet door het strafrecht willen laten oplossen, maar door maatschappelijke eensgezindheid over de vrijheid die we eenieder geven om  zijn of haar seksuele zelf te bepalen.'


Start Omhoog