Start Omhoog

"Buiten alle proporties"

De rechtbankzittingen op 2 juni 2004

Een eerste overzicht en beschouwing - vijfde versie dd 16 juni 2004

door Frans Gieles

De eisen

Verdachte 1:   8 jaar onvoorwaardelijk en TBS met dwangbehandeling, subsidiair 10 jaar onvoorw.
Verdachte 2:   8 jaar onvoorwaardelijk en TBS met dwangbehandeling, subsidiair 10 jaar onvoorw.
Verdachte 3:   6 jaar onvoorwaardelijk en TBS met dwangbehandeling 
Verdachte 4:   6 jaar onvoorwaardelijk en TBS met dwangbehandeling
Verdachte 5:   6 jaar onvoorwaardelijk en TBS met dwangbehandeling
Verdachte 6:    6 jaar onvoorwaardelijk en TBS met dwangbehandeling 

Voor Verdachte 5 werd onmiddellijke invrijheidstelling gevraagd door de advocaten.
Dit werd niet ingewilligd.

Ter vergelijking twee berichtjes uit de krant van 3 juni:

Eis 10 jaar voor moord op buurman

Achtjarige verdacht van ontucht

Maar zie intussen ook"

De uitspraak.

Media en publiek

Het eerste dat opviel was een cameraploeg bij de ingang waar iedereen door moet. Twee camera's in de rechtszaal. De volgende dag vier verdachten getekend in De Telegraaf.
Twee mensen van Zembla waren aanwezig en klampten veel mensen aan, zonder camera. De perstribune zat eerst helemaal vol, maar werd gaandeweg steeds leger tot helemaal leeg. 

Wat mij opviel was dat de pers vaak verdween zodra de advocaat met het pleidooi begon. Zodoende wordt het publiek wel ingelicht over de zware eisen van de Officier, maar niet over de nuances die de advocaten hierbij aanbrengen. 

De gehele dag zwierven er stagairs door het gebouw. Volgens de rechter waren er ouders van slachtoffers onder het publiek. Evenals de vorige keer was er een voor Verdachte 7 een hele crowd opgekomen, die van vreugde huilde bij zijn vrijlatingsbesluit. 

De tenlasteleggingen

De Nederlandse recherche heeft geen toegang gekregen tot Tunesië. Dus waren er geen aangiften of bewijzen uit Tunesië. Een bekentenis geldt niet als voldoende bewijs. Zo kon er geen 'ontucht in Tunesië' ten laste worden gelegd. 
Het gevolg hiervan was ten eerste dat het OM al het andere uit de kast haalde en flink aanzette: ontucht in Nederland, voor zover van toepassing, en kinderporno, bij iedereen vervaardiging, verspreiding en bezit.
Het tweede gevolg hiervan was dat de Officier hetgeen zij door de voordeur niet naar binnen kon krijgen, door de achterdeur toch naar binnen schoof als, voor iedereen: deelname aan een criminele organisatie. Hiermee werd de kinderporno weer binnengehaald en evenzo de seksreizen en de daarbij mogelijk gepleegde ontucht. 

Onderzoeken en behandeling

Alle aangeklaagden zijn psychiatrisch en psychologisch onderzocht, terwijl er ook over allen door de reclassering was gerapporteerd. Dus werden allen als verminderd toerekeningsvatbaar verklaard, maar ook werd aan allen een stoornis toegeschreven, gevaar voor herhaling toegedacht en werd dus behandeling nodig geacht. 

Opmerkelijk was de herhaaldelijk zeer kritiseerbaar genoemde rol van de reclassering in deze. Al even opmerkelijk was dat de Officier met haar zeven maal TBS met dwangbehandeling vrolijk aan de adviezen van de deskundigen voorbij fietste. 

Een algehele indruk

Het eerste dat in elke zitting weer opviel was wederom de trage en slordige werkwijze van het OM. Keer op keer was weer te horen: "Heeft u dat stuk dan niet ontvangen? Het is toch op [... kort geleden] naar u gefaxt." Dossiers waren laat toegestuurd. Ter zitting werd iedere keer de kennelijk op het laatste moment gewijzigde tenlastelegging nog aangereikt. Bij alle fotomapjes moesten de rechter en advocaat zeggen dat zij dit nu pas voor het eerst te zien kregen. Een rapport was nergens in het dossier te vinden, waardoor de rechtbank extra leestijd inlaste. 

Bij de algemene indruk hoort wat ook advocaten wel opmerkten, namelijk dat de rechtbank rustig, zorgvuldig en zakelijk te werk ging. Hierdoor liep het wel erg uit. De zittingen liepen in totaal 5½ uur uit en duurden van 9:15 tot 22:00 uur, met nauwelijks enkele kwartiertjes pauze; voor een lunch was geen tijd, net voor een broodje. De gevangenen hebben dus erg lang beneden moeten wachten. 

Gaandeweg de zittingen werd duidelijk hoe hoog de eisen steeds waren, ofwel hoezeer de Officier op hol geslagen was en doordraafde. Daardoor werd de rechtbank gaandeweg ook steeds kritischer. Dit liep op van strikt neutraal (hetgeen de wet voorschrijft: een rechter mag zijn mening niet ter zitting laten blijken), via een meningsuiting die de Officier onmiddellijk wraakte, tot meningsuitingen die de Officier verder gewoon liet passeren en die ook de pers haalden.

De ontucht aanklachten

Op enkele na waren dit oude, door de recherche gevonden of door de verdachten bekende zaken; sommigen hadden 'schoon schip gemaakt' en alles van jaren her bekend. De behandeling hiervan ging als gebruikelijk. 

De Officier gebruikte woorden als "kind" of zelfs "kindje" met het bijbehorende "kwetsbaar". De Officier zag dwang, dreiging en overwicht. De verdachten ontkenden dit laatste pertinent. De advocaten vroegen nuance naar daad en naar leeftijd: de 'kindertjes' waren in een geval in feite stoere tieners die van wanten wisten en van alles wilden, hetgeen ze echter, als stoere jongens, later natuurlijk nooit konden toegeven, zodat zij dankbaar het door de ondervrager aangereikte 'overwicht van de volwassene' aangrepen. Dit gold zelfs voor de 'telefoonseks' met een niet groot leeftijdsverschil. 

Die 'telefoonseks' is een nieuw verschijnsel in de Nederlandse rechtszaal: ontucht zonder lichamelijk contact, seksuele handelingen met zichzelf, waartoe de volwassene met zijn 'overwicht' 'dus' had aangezet. Immers: geen tiener komt uit zichzelf tot seks met zichzelf, nietwaar? 

In enkele gevallen werd ook het verhoor gehekeld als suggestief, woorden in de mond leggend, en soms was er sprake van zware druk.

Al even gebruikelijk waren de vorderingen van slachtoffers. Er waren geen ouders of advocaten om deze toe te lichten aanwezig. De vorderingen van de stoere wereldwijze tieners werden "zwaar overtrokken en ongeloofwaardig" genoemd en in een ander geval "onbewezen". 

De kinderporno aanklachten

Ook hier werd gaandeweg de dag iets duidelijk, namelijk hoe het OM hier te werk was gegaan. Uit de, naar zeggen grote hoeveelheid, afbeeldingen waren steeds slechts enkele representatieve voorbeelden gelicht die ter plekke pas werden voorgelegd in een fotomapje. Verder werd verwezen naar het dossier waarin meer afbeeldingen of beschrijvingen stonden. Echter, in het Nederlands recht geldt slechts wat ter zitting komt. Volgens de Officier was de scheiding tussen wel en niet pornografisch gemaakt door bekwame, ervaren en goed opgeleide rechercheurs met instructies van het OM en een boek hierover, de zogeheten Tanner-criteria. 

Dit viel op een gegeven moment bij de rechtbank verkeerd. Een rechter merkte geïrriteerd op dat het in Nederland nog altijd de rechter is, en alleen de rechter, die bepaalt wat wel of niet wetsovertredend is - en dus niet een rechercheur. De rechtbank zou dit niet doen zonder de afbeeldingen ook zelf gezien te hebben. En zij kon slechts oordelen over hetgeen zij gezien had. 

De rechtbank kreeg de afbeeldingen pas op het laatste moment te zien, namelijk pas tijdens de zitting, en dan nog maar die kleine selectie. Een rechter gaf - kennelijk per ongeluk - al zijn oordeel, namelijk dat de Officier meneer aanklaagde wegens kinderporno, maar dat hij, de rechter, zojuist alleen softe naturistische plaatjes had gezien, maar geen kinderporno. De Officier had nog wel meer en erger achter de hand, zei zij. Maar dan had de Officier die hier ter zitting moeten laten zien. Zij heeft een half jaar de tijd gehad om deze zitting voor te breiden, dus uitstel zat er niet meer in. 

Steeds werd, naast bezit, ook vervaardiging en verspreiding ten laste gelegd. Beide laatste begrippen werden behoorlijk opgerekt: iets aan iemand geven was "verspreiden", iets van iemand aannemen was "meewerken aan verspreiding". Fotograferen of filmen was vervaardigen en werd ook vermeld als de foto of film, dus het bewijs, al vernietigd was, terwijl op een foto staan werd vermeld als het "mede vervaardigen". 

Ook de encryptie kwam enkele malen ter sprake. De officier gaf toe dat zij de PGP bestanden niet had kunnen kraken. Deze zijn intussen naar het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) of het NSA (een hierin gespecialiseerd bureau in de VS) getuurd. 'Waarom dan? De zitting is toch nu?' 'Dat is om zorgvuldig te bepalen wat er wel of niet teruggegeven kon worden', zei de Officier. 

Teruggave van spullen kwam in vrijwel elke zitting ter sprake. Het OM wilde steeds alles in beslag nemen, de verdachten echter wilden alles wat legaal was allemaal terug hebben. Dit is hun goed recht. Maar dan moest het OM alles uitzoeken, teneinde geen illegaal materiaal terug te geven. En wie zou er na de zitting en de uitspraak nog bevoegd zijn om te bepalen wat wel of niet legaal was? 

Wat mij opviel was dat met name alle advocaten de mate van misdadigheid van het zien van kinderpornografie betwistten. Eerder hoorden we ze steeds weer spreken over "een vervangingsmiddel", "sublimatie" of "een hulpmiddel om zich niet aan een kind te vergrijpen" en "preventie van misdrijf" in plaats van "misdrijf".

Deelnemen aan een criminele organisatie

JON

In alle of vrijwel alle zittingen werd, al dan niet hierom gevraagd, door de Officier gezegd dat JON als organisatie buiten verdenking staat. De 'criminele organisatie' die zij bedoelt bestaat uit het lijstje namen van individuen. Zij sprak van "JON of JORis van de NVSH en de Stichting Martijn" - zij kent haar dossier op dit punt dus slecht. Ik heb haar de juiste naam en organisatie in meerdere van mijn brieven in meerdere exemplaren aangegeven. 

Die brieven werden vermeld door advocaat De Vos:

"Aanvankelijk werd JON gezien als een criminele organisatie. Maar de heer Gieles bestookte iedereen met brieven waaruit het tegendeel bleek. Uitstekend werk: hij heeft JON helemaal buiten beeld weten te krijgen. Het is een praatgroep met een verbod op bepaalde foto's, onmogelijk als een criminele organisatie te zien. [...] U kunt het beter toejuichen dat er althans ergens nog over gesproken kan worden. Waardeer dit, in plaats van de zaak op te blazen via de media."

In alle aanklachten werd een lijstje met plaatsnamen voorgelezen. Dit ging te snel om allemaal op te schrijven, maar in geen van de lijstjes zijn Zutphen, Deventer of Groningen genoemd: de plaatsen van de bijeenkomsten. Groningen is eenmaal in de zitting zelf genoemd als 'broedplaats' van de reisplannen. Ook stond Tunesië erbij. 

Wat is een criminele organisatie?

Deze vraag speelde op alle zittingen een cruciale rol. Daarbij komen een aantal kwesties kijken. Zo moet, voor een veroordeling in Nederland, hetzelfde feit ook in Tunesië strafbaar zijn. Welnu, op ontucht staat daar de doodstraf (!), maar wat daar onder een 'criminele organisatie' verstaan moet worden bleef onduidelijk. Men beschikte slechts over een wetstekst in het Arabisch en het Frans. Alleen de Officier verklaarde zich zeker van haar zaak. 

Voor een criminele organisatie is er het een en ander vereist, zo had iedereen wel in het wetboek en de jurisprudentie opgezocht: 

een gemeenschappelijk en bekend doel, 

bijeenkomsten, 

duurzaamheid en 

een structurele opzet, 

dus geen incidentele contacten.

Iedere keer kwam dus de vraag terug of de telefoontjes en zo meer nu incidentele contacten tussen individuen waren of structurele zaken binnen een duurzame organisatie. 

De Officier ging hierin uiteraard het verst: zelfs als men zelf niets onwettigs doet, kan iemand toch het 'deelnemen aan' worden verweten als men het doel kent en deel van de structuur ofwel 'het netwerk' is. 

[Dat woord 'netwerk' haalt steeds de kranten. Bedenk hierbij dat ook de regering en het OM een netwerk zijn, net als Albert Heijn en Shell. Denk als voorbeeld aan de drugshandel: wie zelf geen drugs verhandelt maar wel deel van de groep is, kan 'deelname aan' verweten worden als hij daar weet van heeft.]

Dit gebeurde hier bij Verdachte 4, die niet in Tunesië was geweest, maar wel van de reis en het doel geweten zou hebben, of had het kunnen bedenken.

Het gebeurde ook bij Verdachte 5. Deze had een telefoontje van Verdachte 1 gehad dat er problemen dreigden in Arnhem en Verdachte 5 spoedde zich derwaarts. Hij had niet begrepen dat men een koffer bij hem wilde onderbrengen - Verdachte 5 hoort slecht en wist dus van geen koffer. Men belde dus later met die koffer aan bij zijn huis, maar Verdachte 5 was dus al naar Arnhem gegaan om zijn vriend te helpen bij een hem nog onbekend probleem, zo werd ter zitting duidelijk, vooral dank zij de advocaat. 

Hij heeft dus geen koffer in huis gehad, geen koffer gezien en van geen koffer geweten, maar werd desondanks door de Officier gezien als 'deelnemer aan' omdat men aan hem gedacht had als adres voor de koffer, en hij dus bij de organisatie hoorde. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat de rechtbank dit accepteert.

[Dit kan later de achterdeur zijn om de leiding van JON door dit achterdeurtje binnen te smokkelen: 'weet hebben van', dus 'deelname aan', dus misdrijf.
Als de rechtbank bovenstaande achterdeurtjes niet accepteert, zit dat achterdeurtje dus dicht. 
En terecht: 'u heeft dit geweten', of ' u had dit kunnen bedenken', dan wel 'er is door anderen aan u gedacht' als bewijsbaar misdrijf? Dat gaat toch echt wel te ver.]

Daarna bleek dat de Officier hiermee een valkuil voor zichzelf heeft opgesteld. Het ging over het verwijt van ontucht [door Verdachte 6] in Tunesië. 

'Ik zie dit niet in de tenlastelegging staan', zei een rechter, 'en de rechtbank moet zich beperken tot wat daar in staat'. 
'Jazeker', zei de Officier, 'het staat vermeld bij het deelnemen aan een criminele organisatie.' 
'Maar u heeft net zelf gezegd dat deelnemen aan nog niet inhoudt dat men ook de beoogde handelingen pleegt. Als u dus deelname aan ten laste legt, legt u daarmee nog niet het verrichten van handelingen, in casu ontucht, ten laste, nog even afgezien van het gebrek aan bewijs daarvoor. Ik zie ontucht in Tunesië dus niet in de tenlastelegging staan, dus kan de rechtbank daar ook niet over oordelen, laat staan veroordelen.'

Ik rapporteerde al dat de rechtbank gaandeweg de dag steeds kritischer werd: dit is hier een voorbeeld van. 

Zes maal TBS met dwangbehandeling

TBS

Iedereen werd hierdoor overvallen, het meeste nog de verdachten, maar ook de advocaten, die direct erna bekwaam het woord voerden voor de verbijsterde verdachten.  Een van de advocaten onderbrak even, vroeg het wetboek aangereikt te krijgen, open bij de wetten over TBS, om deze eerst eens even te bezien. Dus ook hier eerst eens even over TBS gesproken.

TBS is ingesteld ter genezing van "een ziekelijke stoornis des geestes" en, zo mogelijk, ter reïntegratie in de samenleving. Daartoe moet dus eerst die stoornis zijn vastgesteld en vervolgens de behandelbaarheid ervan en de bereidheid ertoe. Er wordt elke twee jaar gekeken of de patiënt al genezen is. Deskundigen adviseren, de rechter beslist. 

In praktijk kan TBS vele malen die twee jaar duren, terwijl er voor de 'ongeneeslijke' nu de long stay klinieken zijn. TBS kan dus ook wel gezien en beleefd worden als 'levenslang', terwijl dit in de wet niet als straf op het delict is vermeld. Toch is TBS niet bedoeld als levenslang, of om iemand zo lang mogelijk uit de samenleving weg te houden. Voor dit laatste dienen de gevangenisstraffen, maar die kennen een maximum. 

TBS heb je in twee soorten, elk weer met fasen van de behandeling, waaronder het nu alom besproken verlof of proefverlof. Je hebt "TBS met voorwaarden" en "TBS met dwangbehandeling". In het eerste geval zijn die voorwaarden doorgaans een vorm van behandeling, die zowel ambulant als intern kan zijn. Men is dan verder vrij en kan thuis wonen. In het tweede geval is het altijd intern. 

De eerste vorm verwarre men overigens niet met "Voorwaardelijke TBS", hetgeen inhoudt dat de TBS als voorwaardelijk deel van de straf wordt geëist of opgelegd. Pas als men de voorwaarden schendt, gaat de rechter kijken of dat voorwaardelijke deel van de straf ten uitvoer gelegd moet worden. Men spreekt dan van "de ten uitvoer legging". Is de uitspraak 'TBS met voorwaarden', kan, als men zich niet aan de voorwaarden houdt, deze direct omgezet worden in de tweede vorm, 'TBS met dwangbehandeling'. 

Wat doet nu de Officier?

Zij passeert alle andere behandelingsmogelijkheden en eist in alle zeven zittingen TBS met dwangverpleging. Bij de nadere bespreking is zij in een geval, Verdachte 6, bereid 'voorwaardelijke TBS' te accepteren, maar dan wel meteen met de voorwaarde dat die TBS dan in de long stay moet worden doorgebracht, ofwel meteen 'levenslang' wordt. 

Steeds is haar motivatie dat de verdachte, indien onbehandeld of te snel vrijgelaten, weer een gevaar voor de maatschappij zal vormen en dat zij de maatschappij en 'de kindertjes' daar dus tegen moet beschermen. 

Zij gebruikt TBS dus m.i. oneigenlijk: hier is TBS niet voor bedoeld. Hiervoor is de gevangenis bedoeld. Deze echter kent altijd een maximum en een einde. Feitelijk mikt zij op 'levenslang'. 

In een aantal gevallen gaat de Officier met haar eis voorbij aan de adviezen van de deskundigen. Zij pikt 'de zwaarste' uit de rapporten van psychiater, psycholoog en reclassering, of gaat daar nog aan voorbij. 

Dit gebeurde ook ter zitting, die van Verdachte 3. De reclassering ziet ambulante behandeling niet zitten - men twijfelt aan de motivatie hiertoe - en adviseert dus TBS met dwangbehandeling. De psychiater heeft dit niet geadviseerd. De man is aanwezig, wordt beëdigd en ondervraagd:

Officier: "Wat vind u van TBS met dwangverpleging?"
Psychiater Van Beek: "Dat is niet nodig. TBS met voorwaarden, dat kan nog wel. Ik deel de twijfel van de reclassering niet."

Desondanks eist de Officier TBS met dwangbehandeling.

De deskundigen en hun rapportage en behandeling

Cruciale rol

De rol van de deskundigen en hun rapporten blijkt cruciaal, ook gaat de Officier er aan voorbij en zijn de rapporten kennelijk op het laatste moment verzonden, hoe lang ze ook al klaar waren. Die van de reclassering ontvingen de meeste kritiek, vooral van de advocaten dus: 

'niet onderbouwd', 

'veel te laat', 

'ik lees alleen maar een mening van een mevrouw', 

'de reclassering doet hier helemaal niets behalve een nietszeggend rapport uitbrengen', 

'de reclassering prijst zichzelf hier uit de markt'. 

Tegen een psychiater of psycholoog gaat men minder snel in, behalve de Officier dan als die ze te mild vindt. 

Toch zijn ook deze deskundigen kritiseerbaar. Dit vergt meer studie van de rapporten en de wetenschappelijke achtergrond hiervan, maar kritiek kan al gegeven worden op wat er ter openbare zitting gebeurde. We horen, nu in de zitting van Verdachte 1, andermaal psychiater Van Beek, beëdigd en wel:

Officier: "Ik heb het in beslag genomen materiaal gezien. Heeft u dit ook gezien?"
Psychiater: "Nee, dit was al weg toen ik het wilde bekijken."
Officier: "Ik heb het wel gezien, en gezien hoe meneer [= Verdachte 1] in de nabijheid van kinderen ineens een ander mens wordt: hij praat dan ineens  met een kinderlijke stem."

[Dat doen alle vaders, moeders en oma's en opa's ook hoor! FG]

Officier: "U ziet een stoornis en recidivegevaar. Waarom wordt er in uw rapport niet gerept over een TBS?"
Psychiater: "De man is nooit eerder behandeld. Het recidivegevaar is er, maar niet op korte termijn, pas op de langere termijn. Pas nu hoor ik dat Kairos [= een centrum voor ambulante behandeling] geen kans ziet, omdat Kairos het innemen van medicijnen vooraf eist en betrokkene dit vooralsnog weigert."
Officier: "Ik zie een heel groot recidivegevaar, ook op de korte termijn. Zou u dan toch ook niet aan TBS gaan denken?"
Psychiater: "In dat geval is TBS, al dan niet met voorwaarden, de enige mogelijkheid." 
Officier: "[...] Nu u merkt dat er TBS geëist wordt, terwijl u en de psycholoog dit niet hebben voorgesteld, acht u dan niet een nader onderzoek en overleg met die psycholoog nodig?"
Psychiater: "Nee, niet nodig."

Dit geeft te denken

We zien hier verschillende dingen gebeuren die te denken geven. We zien de Officier aan de adviezen voorbijfietsen met een eigen inschatting van het recidivegevaar en een eigen invulling van 'behandeling'. We zien dat de psychiater hier - letterlijk - blindelings in mee gaat, namelijk zonder nader onderzoek en beraad nodig te achten. Dit vind ik heel kwalijk en dit was ook onder het publiek te vernemen. 

We zien nog iets kwalijks: we zien dat Kairos, dat zichzelf erg deskundig acht, met medicijnen komt aandraven nog voor men de patiënt gezien, laat staan onderzocht heeft. Men stelt het, ongezien de patiënt, als voorwaarde vooraf, zelfs voor een kennismaking of intake. 

Mijns inziens gaat dit tegen alle medische ethiek in. Met deze zienswijze stemden allen rond mij in de korte lunchpauze in. 

We zien meer: in plaats van dat de psychiater ontploft, ertegen protesteert en Kairos voor het Medisch Tuchtcollege sleept, zwijgt hij hierover en fietst met de Officier mee richting TBS met dwangbehandeling.

Pedofilie

Wie de hele serie samenvattingen van die rapporten hoort opnoemen, merkt dat alle verdachten een stoornis en dus de noodzaak van behandeling is toegedicht - en die stoornis heet pedofilie.

Valt u op kinderen? Heeft u zekere gevoelens? Dan bent u pedofiel. Dan hebt u een stoornis, dan zult u delicten plegen en in herhaling vallen, dus behandeld moeten worden en wel in onvrijheid en met dwang. Volgens advocaat Job Knap is dit de huidige tendens waarover hij zich zorgen maakt.

Mijn hoofd gaat niet tollen bij dit alles, maar verslag uitbrengen en denken.
Mijn waardering gaat uit naar de advocaten.
Mijn hart gaat uit naar de verdachten.
Dit houdt niet in dat ik hun daden ook goedkeur. 
Het oordeel is nu aan de rechters.

Frans

Zie: De uitspraak

Start Omhoog